We worden er dagelijks mee geconfronteerd: files, onduidelijke verkeerssituaties en lange woon-werkverplaatsingen. Mobiliteitsproblemen zijn overal in ons leven aanwezig en we hebben er geen controle meer over. Maar hoe kunnen we het anders aanpakken? Je leest het hier!

De huidige problematiek

Velen onder ons staan dagelijks in de file of overbruggen lange woon-werktrajecten met de trein. Industriële zones liggen namelijk vaak in afgelegen gebieden aangezien de grond er goedkoper is. Dat  is vragen om een toename van het aantal verplaatsingen. Dit resulteert in een langere werktijd, waardoor we onze work-life-balans drastisch verstoren. Als we later thuiskomen, verliezen we ook het contact met onze sociale omgeving zoals ons gezin en onze buren.

De problemen rond mobiliteit omvatten echter niet alleen personenmobiliteit maar ook het transport van goederen. Kijk jij bijvoorbeeld in de supermarkt waar je producten vandaan komen? En kies je dan voor de goedkoopste optie óf voor een lokaal alternatief? Het gaat niet enkel over het gebruik van auto’s en vrachtwagens. Ons vliegtuiggebruik heeft ook een gigantische milieu-impact. Niet alleen tijdens de levensduur maar ook erna. Want veel vliegtuigen – en ook boten – worden niet eens ontmanteld maar volledig gedumpt.

Nabijheid

Om onze dagelijkse verplaatsingen in te perken, kunnen we inzetten op nabijheid. Wie dicht bij huis werkt, kan het beamen: je hebt meer tijd over op het einde van de dag. Er zijn tal van bedrijven en werkgevers die thuiswerken aanmoedigen. Jammer genoeg zijn er nog ook nog werkgevers die de controle over hun werknemers niet willen loslaten of thuiswerken helemaal niet zien zitten.

Er zijn nochtans veel voordelen verbonden aan het terug samenbrengen van wonen en werken. Indien je dichter bij huis werkt, is de kans bijvoorbeeld groter dat je je boodschappen bij de lokale buurtwinkel doet. En dus niet bij een grote supermarktketen. Zo geef je de lokale economie een duwtje in de rug.

Ook de energievoorziening gaat erop vooruit wanneer industrie en woonwijken met elkaar verweven worden.  Er is een enorm potentieel om energiestromen met elkaar te koppelen en een heuse urban factory te creëren. Het overschot aan warm water dat de industrie gebruikt, dient dan bijvoorbeeld als verwarming voor woningen. Veel bedrijven recupereren nú al hun productiewarmte, zoals het chemiebedrijf Borealis in Zwijndrecht.

Dichter bij elkaar wonen heeft niet alleen voordelen, er is ook nog heel wat werk aan de winkel voor de voorzieningen in de steden. Kijk maar naar het plaatsgebrek in stedelijke scholen of het gebrek aan recreatief groen in de stadskernen!

Bereikbaarheid

 Als we niet ingrijpen, zullen de mobiliteitsproblemen erger worden. We zullen genoodzaakt zijn om mens- en milieuvriendelijke alternatieven te zoeken. In plaats van enkel in te spelen op nabijheid, is het daarom ook goed om in te zetten op bereikbaarheid.

Maar dat is niet genoeg. We moeten meer mensen ontmoedigen om met de wagen naar het werk te gaan. Indien we autodeelsystemen promoten, zullen meer jonge mensen geen auto kopen. De kostprijs van een wagen weegt immers niet op tegen de prijs van een deelwagen of het openbaar vervoer. Zelfrijdende auto’s zouden 50% van de tijd rijden in plaats van de huidige 5% door auto’s van particulieren. Want denk eens even na: hoe vaak staat je eigen wagen stil?

We moeten echter opletten met het introduceren en promoten van en andere innovatieve manieren om ons te verplaatsen. Als we klaar willen zijn voor de toekomst, moeten we nu al beginnen met een goede regelgeving vast te leggen.

Koning fiets

Steeds meer mensen nemen de fiets om kleine verplaatsingen te overbruggen. De intrede van de elektrische fiets was een belangrijke factor in de kentering van ons gedrag. Door meer fietsfaciliteiten te voorzien kunnen we deze mentaliteitswijziging nog bevorderen. Er zijn ook tal van voordelen verbonden aan fietsen: je beweegt meer en dat is gezond, je spreekt je buren sneller aan dan vanuit de auto én je stimuleert de lokale economie omdat je gemakkelijker even stopt bij de buurtwinkel.

Jammer genoeg verloopt een verplaatsing met de fiets niet altijd zonder problemen. Dat komt doordat de publieke ruimte eerder autogericht is. Een auto moet steeds vlot kunnen passeren, terwijl de rest van de publieke ruimte niet steeds kwalitatief is ingericht. Er zijn nog te veel krappe voetpaden, smalle of zelfs geen fietspaden en dat zorgt voor onnodige conflicten. De beleidsmakers moeten nog heel wat inhalen.

Rol van beleidsmakers

Een mobiliteitsbeleid kan sturend werken en druk uitoefenen waar het nodig is. Als we kijken naar het circulatieplan in Gent kunnen we zulke initiatieven en een bijpassend wettelijk kader alleen maar toejuichen. Maar soms is er gewoon een gebrek aan visie op mobiliteit of de onwil om écht anders te gaan denken en doen. Ook in Antwerpen bestaat er al jaren een ongebruikt ondergronds premetrostelsel, terwijl bovengronds de mobiliteitsproblemen zich opstapelen. Een bron van luchtverontreiniging onder de grond steken, is het probleem verplaatsen. België hinkt op dat vlak nog serieus achterop in vergelijking met andere Europese landen (bijvoorbeeld de Scandinavische landen die verbrandingsmotoren zullen bannen tegen 2030).

We moeten – met z’n allen – niet alleen de bestaande mogelijkheden en oplossingen opzoeken, maar ook nadenken over nieuwe, gezonde alternatieven.

Deze tekst is gebaseerd op een lezing tijdens het VIBE-congres door architect en stedenbouwkundige Luc Eeckhout (evr-architecten).

Copyright foto’s: dw.com en vrt.be