In het kader van het C-bouwersproject organiseerden VIBE, Bond Beter Leefmilieu, BAS Bouwen, Vrije Universiteit Brussel en Dialoog vzw een workshop over de toepassingsmogelijkheden van hernieuwbare en natuurlijke materialen. Wim Huntjens van BAS Bouwen beet de spits af met een lezing over dit actuele onderwerp.

“De cementsector staat in voor zes procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Het wordt tijd dat we onze huidige gewoontes evalueren en bijsturen.” Wim Huntjens van adviesbureau BAS Bouwen wond er geen doekjes om: we moeten grondig nadenken over onze bouwmethodes en -technieken. Lokale, hernieuwbare materialen vormen daarbij een deel van de oplossing. Hernieuwbare materialen worden namelijk constant aangevuld waardoor er geen uitputting optreedt en kunnen na gebruik gecomposteerd worden. Van de natuur en voor de natuur.

Dat snijdt hout

“Een gebouw kunnen we in termen van lagen definiëren. Op het eerste niveau situeert zich de structuur met een levensduur tussen 30 en 300 jaar. Een populair natuurlijk product om deze op te trekken, is hout. Je hebt daarbij de keuze tussen skelet- of massiefbouw. Factoren als standaardisatie, het aandeel hout en biodegradeerbaarheid helpen je op weg om milieuverantwoorde keuze te maken. Een interessant weetje: hout als een dienst beschouwt het materiaal als een service in plaats van een product dat de klant aankoopt. De handelaar blijft eigenaar. Na dertig of veertig jaar kan het hout voor andere doeleinde benut worden”, aldus Huntjens. Als aannemer of architect let je ook beter op of het gekozen hout biodegradeerbaar is. Hout dat chemisch behandeld is, scoort op dit criterium vaak minder.

“Ook het soort hout dat aannemers en ontwerpers gebruiken, beïnvloedt de duurzaamheidsscore. Exotische hardhoutsoorten krijgen van nature vaak een goede duurzaamheidsklasse. Door een goed ontwerp komen ook lokale houtsoorten met een lagere duurzaamheidsklasse in aanmerking voor diverse toepassingen. Transport en groeitijd worden hierdoor wel beperkt. Wie wil garanderen duurzaam hout te gebruiken, kiest voor producten met het FSC- of PEFC-label. Deze labels duiden op houtwinning uit duurzame en verantwoorde bosbouw.” Criteria als omkeerbaarheid, eenvoud, snelheid en compatibiliteit beïnvloeden daarnaast de keuze voor de verbindingselementen. Het huidige gamma omvat houtprofilering, stapelbouw en het gebruik van (metalen) connectoren.

Natuurlijke en hernieuwbare isolatiematerialen

Vandaag is er een ruim gamma aan natuurlijke en milieuvriendelijke isolatiematerialen op de bouwmarkt verkrijgbaar. “Op het vlak van losse isolatiematerialen heb je de keuze tussen houtwol, cellulose, strovezels, kurkkorrels, kleikorrels en schelpen. Zowel houtwol als cellulose zijn behandelde producten waardoor ze niet biologisch afbreekbaar zijn. Deze producten hebben wel de beste isolatiescore. Kleikorrels zijn op hun beurt met warmte behandeld om ze te expanderen. Schelpen, strovezels en kurkkorrels behoren tot het gamma aan biodegradeerbare isolatiematerialen.”

Naast losse producten vestigde Huntjens ook de aandacht op de mogelijkheden inzake isolatiedekens. Milieuvriendelijke alternatieven zijn dekens op basis van hennep, vlas, houtwol, gras, kurk, strovezels en mycelium. “Ook hier zien we dat isolatiedekens van hennep, vlas, houtwol en gras behandeld zijn met toevoegingsmiddelen. Het materiaal dat vervaardigd is uit hennep, vlas of houtwol heeft binnen deze categorie wel de beste isolatiescore.”

Vlasisolatie

Foto: © Isovlas

Geen strobreed in de weg

Om het gebruik van hernieuwbare isolatiematerialen te illustreren, greep Huntjens terug naar strobalen- en kalkhennepbouw. Sprekende voorbeelden maar daarom niet minder interessant.

“Stro is een leuke illustratie van een hernieuwbaar bouwmateriaal. Het heeft weinig bewerking nodig, steunt op lokale productie en is goed thermisch en akoestisch isolerend. Het is daarnaast ook een gezond product dat steunt op plaatselijke landbouw. In tegenstelling tot de courante vermoedens zijn er strenge eisen waaraan de strobalen moeten voldoen zoals de gestandaardiseerde vorm. Het vochtgehalte is natuurlijk van groot belang! Stro moet je steeds drooghouden om verrotting tegen te gaan, zowel tijdens het productie- en bouwproces als tijdens het gebruik!”

Door de massadichtheid van de strobalen ligt het risico op brandbaarheid ook een pak lager dan bij losse strohalmen. “Natuurlijk zijn er preventiemaatregelen die je als aannemer of zelfbouwer in het achterhoofd moet houden. Roken of slijpen in de nabijheid van de strobalen is sterk afgeraden.” Anno 2019 zijn er al mooie bouwprojecten gerealiseerd met strobalen. Het kinderdagverblijf Wiegelied in Oostende is een treffend voorbeeld.

Kalkhennep als alternatief

Kalkhennep is een materiaal op basis van hennepscheven en kalk (met soms nog toegevoegde toeslagstoffen). Onder ecologische aannemers en zelfbouwers verdiende het reeds zijn pluimen. “Als zelfbouwer schakel je beter de hulp in van een expert om tot een goed resultaat te komen. Dat garandeert de kwaliteit van de bouwstof aangezien foutieve combinaties tot desastreuze gevolgen leiden.”

De plaatsing van kalkhennep kan op uiteenlopende manieren verlopen. “Je hebt de keuze tussen in situ storten, in situ spuiten, geprefabriceerde panelen of geprefabriceerde blokken.” Een interessante toevoeging is dat kalkhennep ook gunstige brandeigenschappen heeft. Het gebruik van dit natuurlijke materiaal leidt dus niet tot een hoger brandrisico in je woning.

Meer informatie over BAS Bouwen kan je op deze website terugvinden.