Tijdens Batibouw organiseerden VIBE en Pixii een seminar over de aspecten van circulair bouwen. Vanuit hun eigen achtergrond deelden zes gedreven sprekers elk hun ervaringen met het zestigkoppige publiek. Hun conclusie: plaats ruimen voor het circulaire gedachtegoed binnen de Belgische bouwsector.

Architect Ken De Cooman (BC architects & studies) nam de gelegenheid te baat om een innovatie van BC Materials aan het publiek voor te stellen: bakstenen op basis van vrijwel onbewerkte aarde. “Wanneer we de big picture bekijken, moeten we in het voordeel van dit type bakstenen pleiten. De grondstoffen zijn onuitputtelijk, de productie is CO2-neutraal en aarde is een gezond materiaal. Van nature heeft het vocht- en warmteregulerende eigenschappen. Ongebakken bakstenen kunnen oneindig hergebruikt worden, zonder downcycling of energiekosten. Bouwproducenten moeten investeren in de ontwikkeling van CO2-neutrale materialen, die vervaardigd zijn uit onuitputbare materialen.”

Dat we grondiger moeten nadenken over onze materiaalstromen en -gebruik staat buiten kijf. Jammer genoeg is er vandaag weinig data beschikbaar over de stock aan materialen die onze gebouwen bevatten. Emilie Gobbo (UCL) voert daarom in het kader van het BBSM-project een onderzoek naar het materiaalgebruik in Brusselse gebouwen: “De bouwsector kan zo terugvallen op de principes van de circulaire economie. Dit project is volgens mij een treffend voorbeeld van Urban Mining. Door de onderzoeksresultaten in kaart te brengen, krijgen we een diepgaander inzicht in het energie- en materialengebruik. Het doel is om efficiënter om te springen met materiaalconsumptie en -afval. De noodzaak om te renoveren dringt zich op, dus datacollectie is onontbeerlijk.”

Veranderingsgericht bouwen

Mieke Vandenbroucke (VIBE vzw) stelde de nagelnieuwe catalogus ‘Veranderingsgericht bouwen’ voor. Een samenwerking tussen OVAM en VIBE die  professionals moet aanzetten om demonteerbare en herbruikbare bouwsystemen te gebruiken en te optimaliseren. “Onze gebouwen zijn nog al te vaak statisch, en focussen niet op de veranderingsgerichtheid.  Op het vlak van recyclage zijn we in België echte kampioenen, maar we scoren onvoldoende op het hergebruik van de bouwmaterialen. De catalogus vormt een leidraad om bouwcomponenten te recupereren. We moeten leren inzetten op circulair bouwen en in de eerste plaats nadenken over het gebruik van onze bestaande gebouwen”, aldus Vandenbroucke.

Een insteek die architect Stijn Elsen (KADERSTUDIO) beaamde. In het kader van een renovatieproject dat hij verricht voor de VUB staan twee pijlers centraal: veranderingsgerichtheid en aanpasbaarheid. “Voor de binneninrichting van de gerenoveerde studentenwoningen hielden we rekening met de aanpasbaarheid van de bouwelementen. Naargelang de functie kan de configuratie van het interieur dan aangepast worden. Denk bijvoorbeeld aan gemeenschappelijke eetruimtes die tegelijkertijd dienst kunnen doen als auditoria. De OVAM-catalogus biedt volgens mij een voldoende platform waarop aannemers, architecten en producenten kunnen terugvallen. Met de opname van nieuwe innovaties kan het spectrum zeker verbreden om veranderingsgerichte bouwelementen te implementeren.”

De stroom volgen

De traditionele business modellen moeten we vervangen door circulaire alternatieven. Zoveel is voor Econocom-frontman Christian Levie althans duidelijk. “Nieuwe uitdagingen smeken om nieuwe financiële modellen. Onze problemen kunnen we zo omtoveren in nieuwe mogelijkheden. Een toepasselijk voorbeeld zijn bouwmaterialen die in handen blijven van de producent. Hij is dan verantwoordelijk voor het onderhoud en de terugname. Gevolg? De beste kwaliteit blijft mogelijk, en samenwerking tussen partners wordt aangemoedigd. Door deze manier van denken beschouwen we producten veeleer als een dienst, dan iemands specifieke eigendom. Alternatieve business modellen pleiten ook in het voordeel van recyclage en hergebruik. Binnen de publieke sector is het voorbeeld van tapijten, die als dienst worden aangeboden, treffend. Na een gebruikstermijn van negen jaar worden de tapijten gerecupereerd en hergebruikt. Onze materialen zijn beperkt, dus waarom zouden we de oplossingen niet grijpen die mogelijk zijn?”

Tot slot behandelde Eliah Mallants (Pixii) alternatieve oplossingen op het vlak van water- en energiestromen: “De mobiliteitsstromen groeien ieder jaar, hitte-eilanden ontstaan in steden, het grondwater slibt toe door de algen: het zijn allemaal gevolgen van onze traditionele woonmethodes. Ook over ons ruimtegebruik moeten we grondig bezinnen. Voor de problematiek inzake afval-, energie- en waterstromen kan een circulaire mindset zeker helpen. Het Green Solution House in Denemarken is hiervan een mooi voorbeeld. Aangezien dit conferentiegebouw op een afgelegen eiland is geplant, moeten de grondstoffen zoveel mogelijk geregenereerd kunnen worden. Ook de plannen die op tafel liggen voor de Nieuwe Dokken in Gent zijn sprekend. Het afvalwater wordt bijvoorbeeld vermengd met keukenafval wat biogas oplevert. Dat wordt op zijn beurt benut in de productie van warmte. Via een warmtenet wordt de eigen geproduceerde warmte samen met de restwarmte gebruikt om alle woningen te voorzien van groene warmte. Mooie voorbeelden dat het wel degelijk anders kan!”

De weg naar het publiek

In een aansluitend panelgesprek onder leiding van Jeroen Vrijders (WTCB) kwam de publieksvraag naar voren over de rol van de overheid in de aanmoediging tot circulair bouwen. Volgens Ken De Cooman moeten beleidsmakers actiever partners uit het veld betrekken: “Een oplossing voor het probleem kan je niet alleen vinden. Door professionals en organisaties te betrekken in de beleidsvorming kan een integrale, haalbare strategie tot stand komen. Hierdoor kunnen we beter onze grondstoffen gebruiken.” Christian Levie pleit voor een integratie van de circulaire criteria bij publieke aanbestedingen. Deze worden nog te vaak op de achtergrond geduwd. Een punt waar Eliah Mallants hem in volgt, hoewel die ook de scholing van de bouwheren in vraag stelt: “Vaak zijn die onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheden of hebben ze er totaal geen ervaring mee. Dat vernauwt meteen al de kansen en sluit innovatieve opties uit. Samen naar slimme oplossingen zoeken, is dus de boodschap!” En het brede publiek? “Die kunnen we op een visuele, toegankelijke manier bij het verhaal betrekken. In de OVAM-catalogus hebben we gestreefd naar informatie die op een laagdrempelige manier voor iedereen beschikbaar is”, aldus Mieke Vandenbroucke. Volgens Ken De Cooman en Emilie Gobbo zijn lerende netwerken de sleutel om de burger te bereiken: “Aan de hand van prototypes en trial-and-error kunnen particulieren zelf iets opsteken. De focus moet liggen op de integratie van lokale materialen. Zo tonen we duidelijk aan dat het anders kan!”

Download hier de slides van het seminar