Stadslandbouw kunnen we – zoals de naam al doet vermoeden – losjes omschrijven als het kweken van gewassen of dieren binnen een stedelijke context. Toch is stadslandbouw veel meer dan dat! In tegenstelling tot de traditionele landbouw (inclusief: boer met paard en ploeg) is stedelijke landbouw geïntegreerd in het urbane ecosysteem. In dit dossier bespreekt VIBE de sociale, economische en ecologische aspecten van stadslandbouw.

De afgelopen jaren maakte stadslandbouw in Westerse steden een serieuze opgang. Naast ecologische voordelen biedt de lokale boerenstiel ook heel wat interessante economische mogelijkheden. In Gent, Brussel en Antwerpen illustreren spraakmakende voorbeelden dit al. Stadslandbouw bevordert, zoals de naam deels doet vermoeden, de lokale tewerkstelling. De Belgische landbouw ondervindt momenteel een dip, hoewel ze nog steeds een groot deel van onze nationale economie vertegenwoordigt. De getroffen anciens kunnen zich bijvoorbeeld inzetten om de stadslandbouwers (die vaak de kneepjes van het vak niet beheersen) te ondersteunen.

Ook voor de bewoners met een lage sociaaleconomische status is urbane agricultuur een interessante tewerkstellingspiste. Niet enkel op financieel vlak, maar ook psychologisch ervaren zij een positieve boost. Door mensen met verschillende achtergronden bijeen te brengen, bevordert lokale landbouw zo de sociale cohesie en het gemeenschapsgevoel. Mensen voelen zich goed in hun vel (een positief effect van al het groen) en oefenen hun job met de nodige portie enthousiasme uit.

Foto: © atelier GROENBLAUW

Lokale economie

En er is meer! Door op lokaal niveau voedsel te kweken, stimuleert stadslandbouw ook de lokale economie. Projecten als het Gentse ROOF FOOD of het Brusselse Abattoir illustreren dit treffend. De groenten en dieren die gekweekt worden, verkopen de producenten door aan lokale handelaars. Een mooie vorm van korte keten-economie die beleidsmakers, ondernemers en burgers dichter bijeen brengt. Zoals Gentse schepen Tine Heyse tijdens een panelgesprek aangaf, bevordert stadslandbouw niet enkel de lokale voedselproductie maar remt het ook de voedselverspilling af. Een fijn extraatje zijn ook de lage transportkosten aangezien de goederen niet het ganse land moeten doorkruisen.

Toch vormt stadslandbouw geen directe concurrentie of bedreiging voor de boer op het platteland. Volgens professor Haïssam Jijakli (KU Leuven) is het productaanbod van de stadslandbouwers te beperkt en te kleinschalig om serieuze financiële slagen uit te delen. De sociale voordelen wegen in dit geval op aangezien mensen zich bewuster worden van hetgeen ze consumeren. Stadsboeren zijn daarnaast vaker op de hoogte van alternatieve financieringsmodellen. Zo bieden ze zeker een meerwaarde voor de plattelandslandbouwer die doorgaans aan de lineaire economische logica vasthoudt.

Unieke projecten

Ook voor projectontwikkelaars kan stadslandbouw een meerwaarde bieden. De opname van teelbaar groen kan een stedelijk project namelijk wat extra cachet geven. Een ‘groentedak’ springt meer in het oog dan de grijze kruin van traditionele blokken. De eindgebruikers genieten ook van al het extra groen. Het isolerende en verkoelende vermogen zijn altijd mooi meegenomen voor de geldbeugel, terwijl de groenteproductie garant staat voor een verminderde afvalverwerking. Stadslandbouw zet groenafval en afvalwater namelijk op een creatieve manier opnieuw in voor het onderhoud van de gewassen. Tot slot oefent het stadsgroen ook een positief effect uit op het imago en karakter van een stad. Ook de toeristen pikken graag een graantje mee waardoor stadslandbouw zeker een troef kan zijn om bezoekers naar de stad te lokken.

In dit dossier verschenen ook de volgende artikels