“Bedrijven die nu al natuurinclusief bouwen, hebben straks de kaarten in handen”

De natuur in Vlaanderen kan op z’n zachtst gezegd een opsteker gebruiken. Het interregionale project Natuur-inbouw creëert meer mogelijkheden voor planten- en dierensoorten in onze gebouwde omgeving. “Met eenvoudige en goedkope lowtech ingrepen kan je al een verschil maken”, stelt Niels Luyten van Provincie Oost-Vlaanderen.

De natuurbarometer in België kleurt dieprood. Nergens in Europa staat de natuur er zo slecht voor als bij ons. Eerder dit jaar publiceerde het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek een rapport waaruit blijkt dat niets doen een grove nalatigheid is. “Het verhaal is intussen gekend: de natuur in Vlaanderen is sterk versnipperd en schaars”, vertelt Niels Luyten van Provincie Oost-Vlaanderen. “Door de verstedelijking en de stijgende behoefte aan woningen gaan er meer en meer plekken verloren voor de natuur. Tegelijk willen we ons bestaande patrimonium energiezuinig maken door gebouwen te isoleren en luchtdicht te maken. Daardoor krijgen plant- en diersoorten die onze woningen al gebruiken als groei-, rust- of schuilplaats het lastig.”

Het interregionale project Natuur-inbouw, gefinancierd door Interreg Vlaanderen-Nederland, onderzoekt de impact van flora- en faunavriendelijke maatregelen in bouwprojecten. “We werken met 21 Belgische en Nederlandse partners, waaronder de provinciale Steunpunten Duurzaam Bouwen en Wonen, samen om in meer gebouwen mogelijkheden te creëren voor plant- en diersoorten. Er worden binnen Natuur-inbouw in samenwerking met Buildwise ook bouwtechnieken en -materialen ontwikkeld om de natuur een duurzame plek te geven in ons gebouwbestand.” Voor de Belgische partners is de uitwisseling met de Nederlandse partners een mooie leerschool. “Nederland staat op dat vlak verder. Een aantal vooruitstrevende steden, zoals Amsterdam en Den Haag, ontwikkelden een puntensysteem voor de toepassing van natuurinclusieve maatregelen in gebouwen en de openbare ruimte. Zo krijgt de natuur een volwaardige plek bij de ontwikkeling van renovatie- en nieuwbouwprojecten.”

Doorwaadbaarheid

Natuurinclusief bouwen benadrukt de integratie van de natuur in de gebouwde omgeving. Dit vanuit het achterliggende idee dat een gebouw niet op zichzelf staat maar deel uitmaakt van zijn omgeving. Door specifieke ingrepen die de natuurwaarde versterken, vergroot natuurinclusief bouwen het leefgebied én de kwaliteit van natuurlijke stadssoorten, waaronder de mens. De habitat van planten- en dierensoorten sneuvelt vaak voor bouwprojecten en de hoge verhardingsgraad van steden maakt het moeilijker voor dieren om hun weg te vinden van de ene naar de andere groenpool. Natuurinclusief bouwen helpt om de doorwaadbaarheid van wijken en steden te vergroten. “Je kan al op het gebouwniveau een verschil maken door eenvoudige en goedkope ingrepen”, vult Niels aan.

Toch is het de vraag of natuurinclusief bouwen niet het tigste containerbegrip in wording is. “Natuurinclusief bouwen wil onze gebouwen en de openbare ruimte zo inrichten dat de lokale ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit worden versterkt”, nuanceert Niels. “Je houdt al in de ontwerpfase rekening met planten en dieren zodat zij een volwaardige plek krijgen om te leven. Dat doe je met ingrepen als inbouw- en nestkasten, groendaken of een waterdoorlatende verharding. Natuurinclusief bouwen loopt parallel met de hoofdfuncties van het gebouw en versterkt biobased en circulair bouwen waarin bouwen met hernieuwbare en herbruikbare bouwmaterialen centraal staat. Wie bouwt met materialen uit hout, stro of hennep bouwt eigenlijk met gezonde materialen die niet schadelijk zijn voor planten en dieren. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten.”

Bastion VIII – Provincie Oost-Vlaanderen

Onderdak voor vleermuizen

Een schoolvoorbeeld van natuurinclusief bouwen is de integratie van verblijfplaatsen voor dieren die in onze gebouwen wonen, zoals vleermuizen. “Sinds onze menselijke manier van wonen is het natuurlijke leefgebied van bepaalde vleermuissoorten die onze aanwezigheid kunnen verdragen, uitgebreid. Hun natuurlijke schuilplaatsen zoals grotten, holtes in bomen en rotsen zijn aangevuld met ruimtes binnen onze menselijke bouwwerken omdat ze daar veilig zitten voor roofdieren en er genoeg voedsel in de buurt te vinden is”, verduidelijkt Niels. Gebouwen voldoen aan de eisen van de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de gewone grootoorvleermuis die beschutting zoeken in spouwen, ruimtes tussen muren, onder dakpannen en zolders. “Het blijft zinvol om schuil- en nestplaatsen toegankelijk te houden en potentiële plaatsen te ontsluiten. Deze soorten help je met meerlagige nestkasten in de nabije omgeving of strategisch geplaatste openingen of entreestenen die toegang geven tot de spouwruimte en andere onbenutte ruimtes. Met simpele aanpassingen maak je een gebouw aantrekkelijk én veilig voor vleermuizen.”

Dat is mooi meegenomen, want op hun beurt zijn vleermuizen bondgenoten die onze omgeving leefbaar houden. Niels: “Een gewone dwergvleermuis eet ’s nachts ongeveer 300 muggen en andere kleine insecten. We zijn ons niet bewust van de gratis diensten die de natuur ons biedt. Door haar opnieuw ruimte te geven, creëren we een gezonde leefomgeving voor planten, dieren én mensen.” Ook andere natuurinclusieve maatregelen zoals groendaken en -gevels bewijzen volgens Niels hun nut. Een dak of een gevel begroeid met planten biedt een plek aan vogels, insecten en andere dieren. “Daarnaast helpen deze oplossingen om regenwater vast te houden, koude en hitte te temperen en lucht te zuiveren. Zo creëer je klimaatrobuuste, gezonde omgevingen waar wij als maatschappij ook van genieten. Natuurinclusief bouwen biedt ook economische voordelen want er is bijvoorbeeld minder ziekteverzuim als medewerkers in contact komen met natuur.”

Natuurherstelwet

De omslag richting meer natuurinclusieve bouwprojecten vraagt duidelijke communicatie. “Natuur-inbouw richt zich tot particuliere bouwers, bouwprofessionals en –ondernemingen, lokale overheden en natuurorganisaties. Deze doelgroepen zijn een hefboom om het natuuraandeel in onze leefomgeving op te krikken”, vertelt Niels. Een van de doelstellingen is om de geleerde lessen te bundelen in een gids met aanbevelingen en technische documentatiefiches. “Een gebouw mag niet lijden onder de toevoeging van natuurinclusieve oplossingen. Het is belangrijk om alle stappen goed te documenteren.” Omdat iedere plek uniek is, zijn contextafhankelijke ingrepen nodig om de biodiversiteit te versterken. Wanneer er op wijkniveau voldoende natuurinclusieve oplossingen worden aangeboden, zijn soorten minder afhankelijk van individuele gebouwen. “Er moet voldoende variatie zijn om een bloeiende omgeving te creëren waar de natuur haar gang kan gaan. Binnen Natuur-inbouw werken we daarom met doelsoorten die tot onze buren kunnen gerekend worden: 19 vogelsoorten en 7 vleermuissoorten die graag in huizen, dorpen en steden vertoeven. Dat is een fractie van de biodiversiteit van een doorsnee dorp of stad, maar het maakt binnen Natuur-inbouw natuurinclusieve ingrepen op gebouwen tastbaar. Als je deze soorten hun ecologische vereisten vertaalt naar bouwtechnische kansen, dan streef je naar een gezonde omgeving. Hun langdurige aanwezigheid is de kers op de taart van een gezonde, natuurinclusieve woon- en werkomgeving. De natuur wordt dus een leidraad in plaats van een spontaan (of zelfs vervelend) gevolg. Plus: de verwondering die jong en oud beleeft bij het zien van een huismus die zijn jongen voedert of acrobatisch jagende vleermuizen ’s avonds krijgt je er gratis bij en is onbetaalbaar.”

Niels gelooft dat de Europese natuurherstelwet een impuls zal geven aan natuurinclusieve bouwoplossingen. Deze verordening verplicht de lidstaten om tegen 2030 ten minste 20 procent van de land- en zeegebieden te herstellen waaronder stedelijke ecosystemen. Want Europa kampt met een dubbele crisis: de klimaat- en de biodiversiteitscrisis. Het klimaat verandert razendsnel maar tegelijk doen het planten- en dierenrijk het schrikbarend slecht. “Het veranderende klimaat versterkt ook het hitte-eilandeffect waardoor stadskernen en verstedelijkte gebieden op warme dagen minder snel afkoelen. Met drie snel opeenvolgende hittegolven zoals deze zomer is er amper tijd om op adem te komen”, vertelt Niels. “De integratie van natuur op gebouw- en wijkniveau helpt om onze omgeving preventief klimaatrobuust te maken en het leefgebied voor ieder levend wezen te versterken. Wie vandaag een voortrekkersrol opneemt binnen de bouwsector, kan inspelen op deze markt. De niche wordt in de toekomst mainstream.”

Bastion VIII – Provincie Oost-Vlaanderen

52 demonstratieprojecten

Binnen Natuur-inbouw worden 52 demonstratieprojecten in Vlaanderen en Nederland uitgevoerd. Het voordeel van deze demoprojecten is dat we de mogelijkheden van natuurinclusief bouwen kunnen tonen”, benadrukt Niels. “In alle projecten worden ingrepen toegepast om een fauna- en floravriendelijke omgeving te creëren. We tonen ook welke oplossingen je kan gebruiken bij nieuwbouw en renovatie.” Provincie Oost-Vlaanderen begeleidt vijf sites naar een meer natuurinclusieve uitvoering: Bastion VIII in Dendermonde, provinciaal domein De Ster in Sint-Niklaas, Fabriek Energiek in Zelzate, Boothuis in Kieldrecht en Vollemanschuur in Prosperdorp. Bastion VIII, Fabriek Energiek en Boothuis zijn intussen voltooid zodat de eerste leerlessen gedeeld kunnen worden.

Bastion VIII

Bastion VIII, het natuureducatief centrum aan de rand van Dendermonde, kreeg een biobased paviljoen om schoolgroepen en bezoekers te ontvangen. Het gebouw brengt duurzaamheid, natuurbeleving en educatie samen. “Natuurinclusieve bouwoplossingen worden gecombineerd met een houtbouw in CLT en natuurlijke bouwmaterialen”, verduidelijkt Niels. “In het ontwerp hield provinciale architect Elke Goossens van de dienst Patrimonium rekening met de impact van het gebouw op zijn omgeving. Zo is het paviljoen royaal beglaasd met vogelvriendelijke glaspartijen om botsingen te vermijden en dat zonder in te boeten op de lichtinval en het uitzicht. Ook nestvoorzieningen werden integraal opgenomen en op verschillende plaatsen biedt de houten gevelbekleding ruimte aan vogel- en vleermuissoorten. Zo versterkt Bastion VIII de lokale biodiversiteit.” Een belangrijke voorwaarde voor een impactvol bouwproject is de tijdige integratie van natuurinclusieve maatregelen. “Een goede voorbereiding is het halve werk. In de planfase bekeken we welke maatregelen we voor de verschillende doelsoorten konden integreren. Bastion VIII zat als groen historisch domein van drie hectare in de ideale startpositie: er waren goede biotopen aanwezig. Nachtelijke audio-opnames bevestigden de aanwezigheid van jagende vleermuizen. Het was dus enkel zaak om natuurinclusieve ideeën bouwkundig te vertalen binnen de bestaande plannen, met behoud van de gewenste educatieve functies van het gebouw. Als je ziet dat er al bezoekersaanvragen binnenkomen die expliciet vragen naar die natuurinclusiviteit, dan kan je wel zeggen dat het opzet geslaagd is.”

Bastion VIII – Marble Moon

Fabriek Energiek

Fabriek Energiek op de Zonnebergsite in Zelzate is het provinciale educatief centrum voor duurzame energie. Het circulaire gebouw inspireert particulieren, professionals en scholen over hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en natuurinclusief bouwen. Net zoals Bastion VIII combineert Fabriek Energiek natuurinclusieve bouwoplossingen met natuurlijke bouwmaterialen en een houtbouw. Niels: “Er werden 27 houtbetonnen inbouwnestkasten verwerkt om broedruimte te geven aan verschillende vogelsoorten zoals de huismus, de spreeuw, de zwarte roodstaart en de witte kwikstaart. Daarnaast werd een op maat gemaakte dakmodule van 35,7 vierkante meter voor vleermuizen geïntegreerd op het hellende dak aan de zuidzijde. Een deel van het vleermuisverblijf is ook verwerkt onder het groendak, uiteraard allemaal buiten het geïsoleerde volume. Een mooi extraatje aan dit project is de schroefpaalfundering die ervoor zorgt dat de bodem niet verstoord raakte door graafwerken.”

Fabriek Energiek – Provincie Oost-Vlaanderen

Boothuis

Het Boothuis aan de Grote Geule in Kieldrecht kreeg de voorbije jaren een natuurinclusieve transformatie. Het project werd stap voor stap getransformeerd tot een plek waar biodiversiteit en erfgoed elkaar versterken. De ligging aan de Grote Geule, een jachtgebied voor insectenetende soorten, maakt van het Boothuis een belangrijke schakel binnen het lokale ecosysteem. “Het gebouw herbergt nestvoorzieningen voor huismussen, huiszwaluwen, boerenzwaluwen en de grote gele kwikstaart”, vertelt Niels. Er werden ook verblijfplaatsen voor vleermuizen geïntegreerd, zoals een houten vleermuizenorgel en spleetruimtes in de gevels en de dakruimte. De meeste voorzieningen werden ter plaatse gemaakt door vrijwilligers met emissievrije houtsoorten zonder chemische lijm- en drenkmiddelen. Een project als Boothuis toont dat je niet enkel in nieuwbouwprojecten natuurinclusieve oplossingen kan integreren. “De aanpak is voor nieuwbouw als renovatie heel gelijkaardig”, merkt Niels op.

Boothuis – Provincie Oost-Vlaanderen

“Aan de tekentafel meedenken”

Elk bouwproject is een unieke kans om de natuur een centrale plaats te geven. In je ontwerpvisie omschrijf je zo vroeg mogelijk welke natuurinclusieve oplossingen je wil integreren in je gebouw. “Aan de tekentafel moet je meedenken over de plaats die de natuur krijgt binnen je project”, stelt Niels. “Het is goed om in de eerste schetsfases duidelijk te maken welke planten- en dierensoorten je in en rond je gebouw een plaats wil geven. Een ecoloog helpt je om de aanwezige natuurwaarden en doelsoorten in kaart te brengen en te bepalen welke relevante inheemse soorten en beplanting je binnen het ontwerp toevoegt. Je kan ook lokale natuurverenigingen inschakelen om dit scherp te krijgen. In het definitieve ontwerp van je gebouw bundel je deze inzichten en bepaal je samen met de bouwpartners waar welke voorzieningen komen. Die technische vertaling is dankzij de bouw- en soortfiches van Ecopedia laagdrempeliger gemaakt en voor iedereen online raadpleegbaar.”

Een gedetailleerd ontwerp helpt je om in de bestekfase concreet de natuurinclusieve bouwoplossingen te beschrijven. “Door deze elementen duidelijk te beschrijven vermijd je dat ze doorheen de bouwfase sneuvelen. Natuurinclusief bouwen vraagt maar een kleine fractie van het totale bouwbudget en is dus niet per se duurder: maatwerk voor specifieke vleermuisaanpassingen en -toegankelijkheid zit rond 1% van het totale projectbudget. Daarnaast is het een mooie oefening om andere projecten te overtuigen van de meerwaarde van natuurinclusief bouwen.” Door de ambities vanaf het begin door te nemen, worden ze een onderdeel van het bouwproject. “De vraag naar natuurinclusief bouwen zal toenemen dus met enig commercieel inzicht speel je hier vandaag al op in.” De natuurbarometer hoeft dus niet dieprood te kleuren. Ieder bouwproject is een kans om dat bij te sturen.

Blijf voorop in duurzaam en regeneratief bouwen

Als lid van VIBE krijg je inspiratie en kennis over ontwerpen en bouwen met een positieve impact.

Ons laatste nieuws