Wat houdt bouwondernemingen tegen om met biobased bouwmaterialen aan de slag te gaan? Met die vraag opende het tussentijdse event van Build-value op 14 oktober. Halfweg maakten de Belgische en de Franse projectpartners samen de balans op in de Gentse beurshallen.
Het interregionale project Build-value wil bouwondernemingen in België en Frankrijk aanmoedigen om ecologische bouwmaterialen toe te passen en op te schalen. Twaalf projectpartners zetten in op drie doelstellingen: de betrouwbaarheid van ecologische bouwmaterialen wetenschappelijk en technisch onderbouwen, de vertrouwdheid van deze materialen opkrikken en de toepassing stimuleren door oude gewoontes binnen de bouwsector aan te pakken.
Vertrouwd met materialen
Wie met ecologische materialen bouwt, doet dat heel opvallend genoeg met dezelfde vertrouwde waarden. Zo werken bijna alle aannemers al met houtvezel,bijna9 op 10 ook bouwen met houten spaanplaten en cellulosevlokken. Ook natuurverf, leempleister of kalkhennepblokken zijn voor twee op de drie bevraagde aannemers niet langer onbekenden. Toch blijven vernieuwende ecologische bouwoplossingen zoals miscanthusbeton (16% van de respondenten) en vlasbeton (13% van de respondenten) voorlopig voor de pioniers. Een belangrijke kanttekening: de steekproef voor deze bevraging bestond uit bouwprofessionals die al inzetten op ecologisch bouwen. Deze indicatieve resultaten zijn dus niet representatief voor de volledige bouwsector. Toch wordt één ding duidelijk: de gapende kloof tussen de pioniers die de kennis opbouwen en de rest van de bouwsector.
De bouwprofessionals die de vragenlijst beantwoordden, geven aan dat het gebrek aan vertrouwen bij de ontwerpers en bouwheren de grootste drempel is voor de groei van ecologisch bouwen. Maar liefst 68% van de respondenten plaatst deze drempel in hun top drie. Ook het gebrek aan opgeleide vakmensen en de hoge materiaalkosten belemmeren de doorbraak van ecologische bouwmaterialen. De materiaalkost wordt door een derde van de bevraagde deelnemers zelfs als belangrijkste drempel ervaren. Opvallend genoeg komt de lokale beschikbaarheid van ecologische bouwmaterialen amper ter sprake. Slechts 17% van de respondenten plaatste dit in hun top drie.

Vijf activiteiten, één doel
Daar wil Build-value het verschil maken. De vijf onderzoeksactiviteiten binnen het project moeten ecologische materialen zichtbaar, betrouwbaar en toegankelijk maken.
Online kaart en databank
Een online kaart op de website van Build-value heeft één doel: de bouwondernemingen en -materialen in de Interreg-regio zichtbaar maken. Vandaag vind je 89 spelers uit de volledige bouwketen, gaande van producenten tot architecten, op de interactieve kaart. Daaraan gekoppeld ontwikkelden de projectpartners een databank met ecologische bouwmaterialen. Deze databank is gekoppeld aan het overzicht met actieve bouwondernemingen waardoor de sitebezoeker meteen ziet welke bedrijven het materiaal produceren, verkopen of plaatsen. Neem je bijvoorbeeld strobalen dan zie je voor welke toepassingen je stro kan gebruiken en welke ondernemingen in België en Frankrijk bouwen met strobalen.
Een technische fiche per materiaal
Voor ieder bouwmateriaal dat in de databank komt, wordt een technische fiche ontwikkeld. Dit gestandaardiseerde document bevat tien vaste rubrieken. Dit gaat van de milieu- en gezondheidskenmerken, over de toepassingsgebieden tot de verwerkingsregels. Momenteel zijn er vier fiches geschreven over strobalen, cellulosevlokken, kalkhennepblokken en houtvezelmatten.
Twee gidsen
Uit twee rondetafelgesprekken blijkt dat de certificering van biobased bouwmaterialen complex en duur is. Een interregionale certificeringsgids moet de technische knopen ontwarren met een Belgisch, Frans en Europees luik. De bedoeling van deze gids is om de complexiteit rond de bestaande wettelijke kaders te verduidelijken en toegankelijker te maken voor de bouwsector. De publicatie is gepland in juni 2027. In december 2027 volgt een gids voor ecologisch bouwen, die bouwprofessionals van ontwerp tot werf begeleidt, onderbouwd met levenscyclusanalyses.
In situ-testen op werven
Onderzoekers van Université d’Artois volgden van januari 2025 tot juni 2026 metingen op in een verbouwd handelspand. De bestaande gebouwschil bleef behouden maar krijgt een voorzetwand: een houtskelet geïsoleerd met houtvezel. Sensoren op vijf niveaus maten continu de warmtestroom, de temperatuur en het vochtgehalte. De wand presteert thermisch goed, zowel in de winter- als de zomermaanden. Bovendien droogt hij geleidelijk uit en is er geen risico op schimmel, ondanks de dampdichte stalen gevel.

Van kennis naar netwerk
Naast de wetenschappelijke verdieping van ecologische bouwmaterialen zet Build-value hard in op opleiden, verbinden en begeleiden. Het project brengt lokale overheden, ondernemingen onderzoeks- en kennisinstellingen samen via activiteiten zoals:
- Een busrit langs bouwondernemingen en -projecten in Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk
- Een mobiele demonstratie-unit om de materialen en producten tastbaar te maken
- Een online tool om overheidsopdrachten sneller op te sporen en te bundelen
Om de bouwondernemingen in het projectgebied te ondersteunen, lanceerden de projectpartners een open oproep voor een ondersteuningstraject. De geselecteerde Belgische en Franse kandidaten kregen een intensieve pitch training om hun vernieuwende bouwoplossing voor te stellen aan een professionele zeskoppige jury.
Klimaatadaptatie en -mitigatie
In zijn keynote schetste architect Kjell Keymolen van Karibu Architecture een breder kader: waarom moeten we bouwen met bio- en geobased bouwmaterialen? Deze materialen spelen volgens Kjell een sleutelrol aan beide kanten van de klimaatopgave. Ze helpen bij de beperking van de klimaatverandering door minder uitstoot bij de ontginning, de productie en het transport van de materialen. En tegelijk helpen ze ons leven in een veranderend klimaat door temperatuurschommelingen op te vangen. De belangrijkste les: wat vandaag geldt in het zuiden is morgen relevant voor ons.
Een bouwsector die de focus legt op bio- en geogebaseerde materialen is ook een circulaire bouwsector. “We moeten onze conventionele bouwpraktijk herdenken volgens de Ladder van Lansink”, aldus Kjell. “Per 100 vierkante meter woningbouw produceert de bouwsector vandaag 8 ton afval, per 100 vierkante meter kantoorbouw 4 ton afval. Slechts 6% van de herbruikbare materialen wordt effectief hergebruikt. Het ontwerp moet in feite volgen op een materiaalinventaris. Je kan bijvoorbeeld uitgegraven aarde op een werf hergebruiken om leemstenen te maken.”
Eén keuze, vier winsten
De faseverschuiving is volgens Kjell de grote troefvan ecologische bouwmaterialen. “Biobased isolatiematerialen hebben een relatief hoge dichtheid waardoor ze de zomerwarmte overdag tegenhouden. Ze geven de opgeslagen warmte pas uren later vrij als je je woning ’s nachts kan afkoelen”, verduidelijkt Kjell. De voorbije zomer leerde ons dat we die faseverschuiving goed kunnen gebruiken. Een woning die koel blijft, is aangenamer om te leven. Zo beïnvloedt een gebouw ook hoe we ons als gebruiker voelen.
Neuro-architectuur bestudeert die inzichten om zo ruimtes te creëren die een positieve impact hebben op ons welzijn. “De integratie van natuurlijke materialen vermindert stressgevoelens, verhoogt de productiviteit en creëert een ontspannen sfeer”, verduidelijkt Kjell. Voor Kjell valt alles samen in één vaststelling: met één materiaalkeuze boek je vier winsten. Bio- en geobased materialen slaan CO₂ op in plaats van het uit te stoten. Ze bufferen hitte en vocht. Ze zijn demonteerbaar, herbruikbaar of composteerbaar. En ze zorgen voor gezonde, dampopen en biofiele ruimtes.
Miscanbloc en Paille-tech in de prijzen
Het tussentijdse event werd afgesloten met de uitreiking van twee awards. Negen bouwondernemingen pitchten hun vernieuwende bouwoplossing aan de deelnemers. De jury beoordeelde de pitches op 8 oktober al op vier criteria: relevantie, innovatief karakter, motivering en grensoverschrijdend karakter. BEIG, Chimsco, Galtane, Gramitherm, Miscanbloc, Mortier Isolatiewerken, MP Insulation, PailleTech en SymbioAE presenteerden hun oplossing.
De Rising-award ging naar de Franse onderneming Miscanbloc die blokken op basis van miscanthus produceert. Deze producent benut ten volle het potentieel van een lokale keteneconomie door de grondstoffen af te nemen van lokale landbouwers. Het Belgische Paille-Tech sleepte de Innovation Award in de wacht. Deze vooruitstrevende onderneming bouwt woonhuizen en ontwikkelt prefab gevels van meer dan 10 meter hoog voor de bekleding van grote gebouwen.

De tweede helft
Met de helft van het project achter de rug, ligt er nog heel wat werk op de plank. De certificeringsgids verschijnt in juni 2027, de gids voor ecologisch bouwen in december 2027. Vanaf 2027 volgen de onderzoekers ook woningen in hennep- en vlasbetonblokken op. Wie niet wil wachten, kan vandaag al instappen: zet je onderneming op de online kaart, of ga op 18 maart mee op bezoekdag langs ecologische bouwbedrijven en -projecten in Ronse.
Wat houdt je als bouwprofessional dus nog tegen? Het materiaal ligt klaar, de kennis groeit. Wat ontbreekt, is vertrouwen. En dat bouw je niet op door te overtuigen, wel door te tonen: in de meetresultaten, op de werf en in de projecten van collega’s die de stap al zetten.





